Met de mannen

Foto: Sander Fennema, video: Martine Jongbloed

 

‘Ja, maar jij hoort ook bij de mannen,’ zegt mijn fietsende collega snel nadat hij de opmerking heeft gemaakt dat het zo heerlijk fietsen was, met de mannen onder elkaar. We zitten op de top van de Col de la Puy-Mary, heerlijk aan een koud glas Diabolo Menthe en een bordje met allerhande stukjes Franse kaas en vlees. Met zijn vijven – vier mannen en ik – wachten we tot de rest ook is bovengekomen voordat we aan de lunch kunnen.

 

We bevinden ons in de Auvergne. We zijn een groep journalisten die elk jaar samen naar Frankrijk gaan om daar een ander stuk van het land te ervaren. De voorbereidingen beginnen altijd al weken van tevoren in de groepsapp, over welke beklimmingen we willen of gaan doen. Voorspellingen over wie er als eerste bovenkomt, of tactieken om dat voor elkaar te krijgen. Tot vorig jaar was er geen twijfel over wie als eerste boven zou zijn, dat was onze jonge klimmer van het Friesch Dagblad. Maar afgelopen jaar kreeg hij geduchte tegenstand van een Instagrammer-slash-influencer. De nieuwe journalistiek mocht voor ’t eerst ook mee. Ik heb eigenlijk niet meer nagevraagd wat de eindstand was aan het eind van de trip, wie van beiden het vaakst als eerste boven was gekomen.

 

Die persreizen gaan natuurlijk ook helemaal niet over wie als eerste op de top van een berg is. Het gaat om de ervaring van de fietstocht en de omgeving, en hoe die door fietsers wordt beoordeeld. Maar toch. Onze eerste reis, in 2015, ging naar de Pyreneeën, een voor mij nog onontdekt stuk fietsparadijs. We hebben er toen in vier dagen aardig wat cols doorheengejast, nadat er vanuit Friesland nog wat suggesties waren gekomen om extra klimmen in het programma op te nemen. De Tourmalet, Luz Ardiden, Cauterets en Col de la Peyresourde zijn de vier bekendste cols die we dat jaar hebben gedaan.

 

Een jaar later waren de Alpen aan de beurt. Daar was ik al wel vaker geweest, maar in de Alpen liggen zoveel bekende cols dat er zeker nog een paar op mijn lijstje stonden. Een paar die we ook nu weer konden ‘afvinken’. De Lacets des Montvernier vormde onze opwarmer, de korte klim die zo prachtig op televisie in beeld was genomen tijdens de achttiende etappe van de Tour de France in 2015 – en die verder ook helemaal niet zichtbaar is vanaf de grote weg. Een pareltje dat inmiddels door steeds meer mensen ontdekt wordt. Tijdens die reis hebben we ook de Col du Glandon gedaan en de Col du Galibier – die sindsdien mijn favoriete beklimming is.

 

Na deze twee epische reizen voelde het dan ook een beetje als met minder genoegen moeten nemen toen de derde bestemming werd bepaald: de Auvergne. We zouden dit keer geen grote cols met bekende naam kunnen afstrepen. Toch weerhield dat de mannen er niet van om direct de competitie met elkaar aan te gaan. De Col de la Croix St Robert werd natuurlijk een doel voor onze collega die Robert heet, en daarmee voor alle andere mannen om hem juist op zijn eigen colletje te verslaan.

 

Ook ik kan die competitiedrang dan toch ook niet helemaal naast me neerleggen – ik ben niet voor niets wedstrijden gaan rijden. Het zit toch een beetje in me. Ik was dan ook niet zo blij toen ik mijn huurfiets voor de week ontving. Een aluminium Trek damesfiets, met de goedkoopste (cq zwaarste) Shimano-groep erop gemonteerd. Ik verbaasde me erover dat zo’n klein fietsje zó zwaar kon zijn en was blij dat mijn metgezellen mijn verbazing deelde. Goed; dat hielp dus niet echt mee, maar in ieder geval was iedereen ervan op de hoogte dat ik met een kleine handicap fietste.

 

De Col de la Croix St Robert werd niet ‘gewonnen’ door collega Robert, maar de prachtige omgeving verdrong ieders competitiedrang naar de achtergrond. Er werd zelfs regelmatig gestopt voor foto’s tijdens de beklimming. Het zegt wat dat de mannen het vastleggen van deze mooie fietstochten op camera belangrijker vonden dan hun Strava-registratie. Heel veel, zelfs. En ik moet zeggen, ook ik vond de Auvergne een onverwacht prachtige streek van Frankrijk. Omdat de klimmen minder heftig en lang zijn heb je veel meer mogelijkheid om goed om je heen te kijken – en de natuur is ’t dat ook nog eens waard. De toppen van de Alpen- en Pyreneëncols zijn dor, onbegroeid en soms bijna verlaten, maar hier werd je elke kilometer die je reed omgeven door de mooiste taferelen. De rit zelf was hier duidelijk belangrijker dan het resultaat.

 

Maar toen kwam er dat compliment op de top van Col de la Puy-Mary, de langste col die we tijdens de reis hebben gedaan. Een compliment ja, ook al is het natuurlijk niet heel geëmancipeerd om dat te vinden. Maar let’s face it: mannen en vrouwen zijn nu eenmaal anders gebouwd, waardoor mannen een streepje voor hebben in het wielrennen. Dat ik in het goede gezelschap van de vier heren bovenkwam op de Puy-Mary deed me goed en was de kers op de taart van die fantastische lunch bij le Chalet de Puy-Mary, met rondom uitzicht over de prachtige streek.

 

De vele gerechten met aardappels en kaas vielen voor fietsers wel iets té zwaar op de maag, dus toen het kleine omweggetje dat we op de terugweg deden nog even vijf kilometer à 10% bevatte, was aanhaken bij de mannen even niet meer mogelijk (één keer raden van wie de suggestie voor dit omweggetje kwam!). Maar dat deed er niet toe. Ditmaal was het fietsen zelf het grootste hoogtepunt van de reis, niet het kunnen afstrepen van de cols. Ik ben benieuwd waar een volgende reis heen gaat. Er zijn nog zoveel andere mooie gebieden van Frankrijk te ontdekken. De Vogezen, de Haute Savoie of de Cevennen. Keuze zat. Ik laat me graag weer verrassen door een nieuw stukje Frankrijk en hoop dan stiekem toch ook weer met de mannen mee omhoog te kunnen.

 

 

Meer informatie over de Auvergne vind je op auvergne-toerisme.nl, auvergnerhonealps.fr en france.fr.

 

 

 

 

Please follow and like us:

Geef een reactie

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *